Een aanaardploeg uit onze verzameling van oude landbouwwerktuigen!
Aanaardploeg (aardappel, ijzer)
Ploeg waarmee de aardappelrijen worden opgehoogd
Technische beschrijving
Voor de industriële productie van aanaardploegen bouwden de constructeurs
helemaal voort op de houten aanaardploeg. Alleen waren alle elementen nu uit
(smeed)ijzer - met hoogstens het handvat uit hout. En werd er gebruik gemaakt
van bouten en moeren om instellingen te regelen dan wel elementen vast te maken.
Centraal bleef de ploegboom de drager van alle (niet-)werkende elementen.
Maar ditmaal was het niet meer dan een relatief smalle, zij het wel stevige,
rechthoekige ijzeren staaf. Opvallend was ook de kortere lengte - vanaf 150 tot
200 centimeter - in vergelijking met de houten ploegboom. Verder bleven de
basiselementen aanwezig: vooraan een trekhaak of breedteregelaar, achteraan een
ploegstaart met een handvat in de langsrichting. Bij de industriële
aanaardploegen was het doorgaans een enkele ploegstaart die ook veel rechter van
vorm was dan bij de houten ploegen. Soms was de staart zodanig gebogen dat het
einde ervan als handvat kon functioneren.
Nog steeds werd de diepte geregeld door een opstaande, nu ijzeren staaf die
ofwel doorheen de ploegboom ging ofwel aan de zijkant was bevestigd indien de
ploegboom niet breed genoeg was. Onderaan was soms een wieltje bevestigd, maar
vaker nog simpelweg de staaf tot een voetje omgeplooid. De schaar en de dubbele
risters waren met de zuil met de ploegboom verbonden. Onderaan waren ze
bevestigd op het zoolijzer dat op zijn beurt de onderzijde van de ploegstaart
droeg. Zeker bij de industriële aanaardploegen was het mogelijk beide risters
met een simpele schroefbevestiging meer of minder breed te monteren.
De elementen die met moeren en bouten werden geconstrueerd, konden natuurlijk
relatief gemakkelijk worden verwijderd. Dat liet bijvoorbeeld toe om beide
risters er af te halen en te vervangen door een soort opstaand raster waarmee de
aardappelen konden worden gerooid. Voor boeren die niet de investering van een
aparte aardappelrooien konden of wilden doen, was dit soms een goede
tussenoplossing.
In elk geval was de industrieel geproduceerde aanaardploeg veel lichter, soms
ook wendbaarden dan de ambachtelijke houten aanaardploeg. Met de jaren werd ze
zeker ook goedkoper in constructie. Bovendien was ze zeker zo duurzaam als de
houten tegenpool. Toch leidden deze voordelen niet per definitie tot het
definitief afvoeren van de houten aanaardploegen. In de praktijk hebben ijzeren
en houten varianten immers decennialang naast elkaar blijven bestaan tot de
doorbraak van de tractor in de jaren 1950 voor een nieuwe kentering zorgde.
Referenties
Ploeg waarmee de aardappelrijen worden opgehoogd
Technische beschrijving
Voor de industriële productie van aanaardploegen bouwden de constructeurs
helemaal voort op de houten aanaardploeg. Alleen waren alle elementen nu uit
(smeed)ijzer - met hoogstens het handvat uit hout. En werd er gebruik gemaakt
van bouten en moeren om instellingen te regelen dan wel elementen vast te maken.
Centraal bleef de ploegboom de drager van alle (niet-)werkende elementen.
Maar ditmaal was het niet meer dan een relatief smalle, zij het wel stevige,
rechthoekige ijzeren staaf. Opvallend was ook de kortere lengte - vanaf 150 tot
200 centimeter - in vergelijking met de houten ploegboom. Verder bleven de
basiselementen aanwezig: vooraan een trekhaak of breedteregelaar, achteraan een
ploegstaart met een handvat in de langsrichting. Bij de industriële
aanaardploegen was het doorgaans een enkele ploegstaart die ook veel rechter van
vorm was dan bij de houten ploegen. Soms was de staart zodanig gebogen dat het
einde ervan als handvat kon functioneren.
Nog steeds werd de diepte geregeld door een opstaande, nu ijzeren staaf die
ofwel doorheen de ploegboom ging ofwel aan de zijkant was bevestigd indien de
ploegboom niet breed genoeg was. Onderaan was soms een wieltje bevestigd, maar
vaker nog simpelweg de staaf tot een voetje omgeplooid. De schaar en de dubbele
risters waren met de zuil met de ploegboom verbonden. Onderaan waren ze
bevestigd op het zoolijzer dat op zijn beurt de onderzijde van de ploegstaart
droeg. Zeker bij de industriële aanaardploegen was het mogelijk beide risters
met een simpele schroefbevestiging meer of minder breed te monteren.
De elementen die met moeren en bouten werden geconstrueerd, konden natuurlijk
relatief gemakkelijk worden verwijderd. Dat liet bijvoorbeeld toe om beide
risters er af te halen en te vervangen door een soort opstaand raster waarmee de
aardappelen konden worden gerooid. Voor boeren die niet de investering van een
aparte aardappelrooien konden of wilden doen, was dit soms een goede
tussenoplossing.
In elk geval was de industrieel geproduceerde aanaardploeg veel lichter, soms
ook wendbaarden dan de ambachtelijke houten aanaardploeg. Met de jaren werd ze
zeker ook goedkoper in constructie. Bovendien was ze zeker zo duurzaam als de
houten tegenpool. Toch leidden deze voordelen niet per definitie tot het
definitief afvoeren van de houten aanaardploegen. In de praktijk hebben ijzeren
en houten varianten immers decennialang naast elkaar blijven bestaan tot de
doorbraak van de tractor in de jaren 1950 voor een nieuwe kentering zorgde.
Referenties
- Eloy, Oud landbouwgereedschap, 1983.
- Beaucamp, Les labours, 1992


